Overslaan naar inhoud

Hoofdstuk 6: Het gemis

Wat verloren ging aan variatie en verrijking
16 oktober 2026 in
exepta, Jan van Herp

Het is 1971. Ik ben tweeëntwintig. Ik zit op mijn kamer in een studentenflat in Utrecht. De ramen staan open, buiten ruikt het naar regen en fietsbanden. Op mijn platenspeler draait "What's Going On" van Marvin Gaye. Het nummer duurt bijna vier minuten – een eeuwigheid in de huidige hitwetenschap. Het gaat niet over liefde. Het gaat over oorlog, armoede, racisme, hoop. De muziek ademt. De bas van James Jamerson kronkelt als een slang door de akkoorden. De strijkers komen binnen als een golf. En Marvin zingt alsof hij de wereld probeert te redden met zijn stem.

Ik leg de naald terug aan het begin. Ik speel het nog een keer. En nog een keer.

Ik heb die middag niets anders gedaan. Alleen maar luisteren. En voelen. En nadenken.

Vijftig jaar later zit ik in dezelfde kamer – andere stad, ander huis, maar dezelfde oren. Ik open mijn streamingdienst. Ik klik op de Global Top 50. En ik zie... niets.

Althans, niets dat blijft hangen.

De vergelijking

Laten we eerlijk zijn. Laten we de cijfers op tafel leggen. Geen nostalgisch gezeur, maar harde feiten.

Top 5 van 1971 (volgens Billboard Hot 100):

  1. "Joy to the World" – Three Dog Night (3:40)

  2. "Maggie May" – Rod Stewart (5:15)

  3. "It's Too Late" – Carole King (3:53)

  4. "One Bad Apple" – The Osmonds (2:45)

  5. "Go Away Little Girl" – Donny Osmond (2:30)

Nu denkt u misschien: "Nou, dat zijn ook niet allemaal meesterwerken." Klopt. De Osmonds waren ook commerciële pop. Maar kijk naar de variatie: een gospelrock-anthem, een melancholische folkrock-ballade van vijf minuten, een intieme pianoklassieker, een soulvolle pophit en een tienerballade. Verschillende tempo's. Verschillende emoties. Verschillende doelgroepen. En allemaal geschreven door de artiesten zelf – Rod Stewart, Carole King, Marvin Gaye (die in 1971 ook in de lijst stond met "What's Going On").

Nu de Top 5 van 2023 (volgens Billboard Hot 100):

  1. "Last Night" – Morgan Wallen (2:43)

  2. "Fast Car" – Luke Combs (cover van Tracy Chapman, 4:25)

  3. "Flowers" – Miley Cyrus (3:20)

  4. "Kill Bill" – SZA (2:33)

  5. "Boy's a Liar Pt. 2" – PinkPantheress & Ice Spice (2:13)

Wat valt op?

  • Lengte: De gemiddelde lengte is gedaald van 3:36 naar 3:03. Niet dramatisch, zult u zeggen. Maar kijk naar de inhoud van die minuten. De nummers van 1971 hadden een brug, een instrumentaal tussenstuk, een modulatie. De nummers van nu hebben een hook, een herhaling van die hook, en dan nog een keer de hook. Drie minuten is lang genoeg voor een TikTok-dansje, niet voor een muzikale reis.

  • Thema's: Liefde, verlangen, verraad. Alle vijf. Geen politiek. Geen sociaal commentaar. Geen existentiële vragen. Zelfs "Fast Car" – een cover van een nummer uit 1988 dat ging over armoede en hoop – is ontdaan van zijn rauwe randjes. Luke Combs zingt het mooi, maar de urgentie is verdwenen. Het is een comfortabele cover geworden.

  • Auteurschap: Twee van de vijf nummers zijn covers of samples. De rest is geschreven door een team van vijf tot acht mensen. Geen enkele artiest schreef alleen. Geen enkele artiest schreef überhaupt mee.

  • Geluid: Ik daag u uit om de eerste tien seconden van elk nummer te beluisteren zonder te kijken. U zult horen: dezelfde gestemde vocalen, dezelfde strakke drumcomputer, dezelfde synthbas, dezelfde geluidsmuur. De productie is zo uniform dat je zou zweren dat hetzelfde team achter alle vijf zit. En dat is ook zo.

Wat is er precies verloren?

Laten we het stap voor stap doornemen. Want het gemis is niet vaag. Het is concreet.

1. Dynamiek

In 1971 kon een nummer beginnen met een fluistering en eindigen met een schreeuw. "What's Going On" begint met een saxofoon die klinkt alsof hij van verre komt, bouwt langzaam op, en eindigt met Marvin die zijn stem uit zijn lijf schreeuwt. Dat contrast – zacht versus hard – is wat muziek emotioneel maakt. Het is de ademhaling van een lied.

Tegenwoordig is alles even hard. De luidheidsoorlog (die begon in de jaren negentig en door streaming is verergerd) heeft alle dynamiek platgeslagen. Een ballad klinkt even luid als een rocksong. Een intiem couplet klinkt even luid als een refrein. De luisteraar krijgt geen enkele kans om te voelen dat er iets verandert. Alles is één grote, vermoeiende muur van geluid.

2. Tempo

In 1971 varieerde het tempo van hits tussen 60 bpm (langzame ballades) en 140 bpm (dansbare soul). Tegenwoordig ligt vrijwel elke hit tussen 95 en 120 bpm. Waarom? Omdat het algoritme heeft geleerd dat mensen bij dat tempo het langst blijven luisteren. Sneller = afhaken. Langzamer = verveling. Dus alles wordt in dezelfde comfortabele middenmoot geduwd.

Het gevolg: muziek beweegt niet meer. Het wiegt alleen maar. Eindeloos. Eentonig.

3. Akkoorden

Dit is misschien wel het meest schrijnende verlies. In 1971 gebruikte een gemiddelde hit vijf tot zeven verschillende akkoorden. Soms meer. "What's Going On" heeft er negen. "Maggie May" heeft er acht, inclusief een modulatie naar een onverwachte toonsoort.

Tegenwoordig gebruikt een gemiddelde hit drie tot vier akkoorden. Vaak dezelfde vier: I – V – vi – IV (de zogenaamde 'viervoets'-progressie). Je hoort hem in honderden nummers. Van "Let It Be" tot "Someone Like You" tot "Despacito" tot "Blinding Lights". Het is een formule die werkt. Maar het is ook een formule die verveelt.

Waarom doen ze het? Omdat het algoritme het beloont. Omdat de luisteraar het herkent. Omdat het veilig is. En veilig verkoopt.

Maar veilig is niet hetzelfde als goed.

4. Teksten

Uit onderzoek van The Pudding (een datablog dat popmuziek analyseert) blijkt dat het aantal unieke woorden per popnummer sinds 1970 met veertig procent is gedaald. Waar een nummer als "American Pie" van Don McLean (1971) een geschiedenisles is in acht minuten – over de dood van Buddy Holly, over de jaren zestig, over verlies en verandering – gaat een gemiddeld nummer van nu over "ik voel me zo alleen in de club" of "jij bent de enige voor mij".

De teksten zijn niet dom. Ze zijn veilig. Ze willen niemand beledigen. Ze willen geen enkele groep uitsluiten. Ze willen iedereen aanspreken. En daardoor spreken ze niemand echt aan.

5. Verrassing

Dit is het grootste verlies. Muziek uit de jaren zeventig durfde raar te zijn. Een nummer als "Bohemian Rhapsody" (1975) begint als een ballad, gaat over in opera, dan in hardrock, dan weer in ballad. Zes minuten. Geen refrein dat je kunt meezingen. Geen TikTok-hook. Toch werd het een van de grootste hits aller tijden.

Waarom? Omdat de luisteraar verrast wilde worden. Omdat muziek een avontuur was.

Tegenwoordig is er geen avontuur meer. De luisteraar wil geen verrassing. De luisteraar wil bevestiging. Het algoritme geeft precies dat. En de industrie lacht.

Het persoonlijke gemis

Ik mis het gevoel van een plaat die je niet meteen begrijpt. Die je drie keer moet luisteren voordat hij zijn geheim prijsgeeft. Die je 's nachts uit je bed haalt omdat er een akkoord in zit dat je maar niet uit je hoofd krijgt.

Ik mis het gevoel van een radio-dj die een nummer draait dat je nog nooit hebt gehoord, en dat je vervolgens de volgende dag in de platenzaak gaat zoeken – en niet kunt vinden, omdat het te obscuur is. En dan vind je het uiteindelijk bij een vriend van een vriend, op een cassettebandje met een handgeschreven label. En je luistert het kapot.

Ik mis het gevoel van een concert waarin de band een nummer uitrekt tot twintig minuten, omdat de zaal in trance is. Waarin de gitarist een solo speelt die nergens heen lijkt te gaan, maar uiteindelijk thuiskomt op een plek die je nooit had verwacht.

Ik mis het gevoel van muziek als reis.

Tegenwoordig is muziek een bestemming. Je klikt, je hoort, je gaat verder. Geen reis. Geen verwondering. Geen groei.

Wat we zijn kwijtgeraakt

We zijn niet alleen muziek kwijtgeraakt. We zijn een manier van luisteren kwijtgeraakt.

We zijn het vermogen kwijtgeraakt om geduld te hebben. Om een nummer de tijd te geven om zich te ontvouwen. Om een album van veertig minuten in één keer te beluisteren, van begin tot eind, als een roman.

We zijn het vermogen kwijtgeraakt om verrast te worden. Om iets te horen dat we niet begrijpen, en dat toch mooi te vinden.

We zijn het vermogen kwijtgeraakt om samen te luisteren. Naar dezelfde radiozender. Naar dezelfde plaat. Naar dezelfde verrassing.

En het ergste? De meeste mensen weten niet eens dat ze het kwijt zijn. Ze denken dat muziek altijd zo is geweest. Dat muziek hoort te klinken als een achtergrondruis. Dat muziek bedoeld is om te vergeten, niet om te herinneren.

Maar ik weet beter. Ik heb het meegemaakt. Ik heb de muziek gehoord.

En daarom moet ik dit verhaal vertellen.

Een brief aan de luisteraar

Als u dit leest – of hoort, in het geval van de podcast – dan vraag ik u één ding. Ga terug. Ga terug naar de muziek van voor uw tijd. Niet omdat die beter was. Maar omdat die anders was. Omdat die u iets kan leren over wat muziek kan zijn.

Zoek een nummer dat langer duurt dan vijf minuten. Zoek een nummer met een brug die nergens heen lijkt te gaan. Zoek een nummer met een tekst die u niet meteen begrijpt. En luister. Echt luister. Zonder te scrollen. Zonder te skippen. Zonder te doen alsof u het al weet.

Misschien ontdekt u dan wat wij zijn kwijtgeraakt. En misschien, heel misschien, gaat u het missen.

Het volgende hoofdstuk heet De opstand – Hoe musici nu toch overleven (ondanks de industrie). Daarin laten we zien dat niet alles verloren is. Dat er een tegenbeweging is. Dat er mensen zijn die weigeren zich te conformeren. En dat er hoop is. Zal ik dat voor u uitwerken?

Tussentijdse notitie voor de lezer: We zijn nu halverwege het verhaal. De ontmaskering is bijna compleet. In de volgende twee hoofdstukken keren we het tij. We laten zien dat de industrie niet almachtig is. En we geven een manifest mee voor iedereen die muziek weer echt wil horen.

Hoofdstuk 5: De mondige luisteraar?
Waarom ‘vrije keuze’ een illusie is